Nieuwsbrief

Fasen in een verlichtingsproces

Foto van Carsten Stalljohann.

Bewustzijn, dat prachtige en ongrijpbare bewustzijn van ons. Daarover gaat dit artikel. Daar waar ik in mijn boek ‘van doen naar zijn’ het verlichtingsproces terugbreng naar zijn eenvoud, belicht ik in dit artikel verschillende nuancen en fasen die er zijn in een verlichtingsproces. Voor mijzelf heeft het enigszins kunnen plaatsen van wat zich in mij voltrok een groot verschil gemaakt qua erop durven vertrouwen en eraan durven overgeven. In mijn nabije omgeving waren er geen voorbeelden waaraan ik me kon spiegelen. En wanneer ik me wel spiegelde aan de mensen om mij heen dan zorgde dat vaak alleen maar voor verwarring. Door boeken te lezen van Adyashanti begreep ik dat ik niet gek was of van het padje af. Ik was alleen van het gebruikelijk gebaande pad af en verkende een voor mij en mijn omgeving onbekend terrein. Ik deel in dit artikel wat ik ontdekte. Wellicht dat het je vertrouwen en een perspectief biedt voor het proces wat zich in jou ontvouwt.

Bewustzijn

De essentie van ons bewustzijn heeft geen vorm en geen kleur. Je kunt het niet vastgrijpen, begrijpen of manipuleren. Het kent ook geen evolutie, tijd of proces. De uitdrukking of belichaming van bewustzijn kent echter oneindig veel vormen, kleuren, nuancen, lagen en niveaus. En hierin vindt wel degelijk een proces plaats en is er sprake van evolutie. De specifieke vorm die bewustzijn aanneemt, heeft invloed op wat er ervaren en waargenomen kan worden. Zo is de ervaring van een steen heel anders, dan dat van een grasspriet, dan die van een beer, dan die van een mens of dan die van een engel.

Over het algemeen kun je zeggen dat hoe ruimer het bewustzijn, hoe veelzijdiger de belichaming ervan is. Zoals een diamant weinig of veel facetten kan hebben. De diamant zelf blijft dezelfde diamant. Ook is kenmerkend dat vanuit een nauwer bewustzijn een ruimer bewustzijn niet kan worden waargenomen, terwijl dat andersom wel het geval is. Een ruimer bewustzijn omvat ook de lagen en nuancen daaronder, hoewel dat niet altijd wordt opgemerkt.

Mickey

Alleen al het opschrijven van zijn naam geeft me vleugels en vonken in mijn hart. 🙂 Ik kan niet naar deze foto kijken zonder brede glimlach tot boven mijn oren. Bewustzijn is volledig en tijdloos, ten alle tijden en in alles en iedereen. Wanneer ik Mickey ontmoet in dat zalige veld van liefde en zijn dan is dat volledig. Hij is volledig, ik ben volledig, het moment is volledig.



Waar we ons beiden, ieder afzonderlijk, van bewustzijn is echter heel verschillend. Dat heeft geen invloed op de volledigheid, wel op de ervaring daarvan. Hij jaagt bijvoorbeeld heel andere ‘dingen’ na, dan een mens doet. En zijn ervaring met liefde en het er uitdrukking aan geven is ook heel anders dan de mijne. Zo is het ook met mensen onderling, alleen veel genuanceerder. Ieder en alles is dus volledig. De mate waarin dit wordt ervaren verschilt echter enorm.

Het leven houdt zich niet aan beschrijvingen

Wat je verder in dit artikel ook zult lezen, het valt allemaal terug te voeren op nu zijn met wat er is. Dat is in iedere fase hetzelfde. Door te zijn met wat er is, zak je vanzelf in de diepere dimensie van zijn waardoor je zijnskwaliteiten oplichten zoals overgave, vertrouwen en geduld. Je bewustzijn opent en verruimt zich op een bepaalde manier vanzelf, zoals de blaadjes van een bloem. Dat is gewoon hoe de levensstroom stroomt. Verder houdt het werkelijke leven zich natuurlijk niet aan beschrijvingen. Het kan zijn dat de volgorde die ik beschrijf in jouw leven heel anders verloopt, dat de fasen voor jou anders aanvoelen of er anders uitzien en de kans is groot dat de fasen gelijktijdig naast elkaar plaatsvinden. Het kan bijvoorbeeld zijn dat in jou eerst de ‘eerste’ en ‘laatste’ beschreven fasen zich openen en dat de fase van helen zich daarna ontvouwt.

Uitlijnen met een nieuw en ruimer perspectief

In welke fase je je ook bevindt, voor iedere verruiming die plaatsvindt, gaat een moment vooraf dat een oud perspectief losgelaten wordt en een nieuw perspectief zich opent. Dit nieuwe perspectief biedt weer een ruimere ervaring van de weidsheid, liefde, eenheid en intelligentie van bewustzijn dan in de fase daarvoor. Het begin van een nieuwe fase kan desoriënterend zijn, omdat het oude bekende is weggevallen. Je lichaam en geest hebben tijd nodig om ermee uit te lijnen. Begrijpen dat zich iets moois, wijs en intelligent ontvouwt, kan helpen om het proces ruimte te geven. De fasen die ik hieronder beschrijf hebben overeenkomsten met de verschillende dimensies zoals ik die beschrijf in het artikel ‘Een reis door de dimensies’. Ik zal bij de fasen de overeenkomstige dimensie benoemen.

De fase van heen en weren

Na zelfrealisatie en verlichtingservaringen breekt vaak een fase aan van heen en weren tussen jouw grenzeloze bewustzijn en het weer opgaan van je aandacht in de tastbare wereld van doen. Ook zonder uitgesproken verlichtingservaringen kan deze fase zich ontvouwen. Aanvoelend als een heen en weren tussen innerlijke vrede en vrijheid en het weer opgaan van je aandacht in gedachten en gevoelens. Het is een fase waarin de diepere dimensie van jouw zijn steeds meer vanuit de achtergrond van je ervaring naar voren treedt. Voor sommige mensen is dat voelbaar als innerlijke vrede en vrijheid. Voor anderen als ruimtelijkheid of leegte.

De fase van heen en weren is een fase waarin de identificatie met lichaam en geest langzaam (of snel) oplost. Dat kan in het begin best spannend zijn, want waar is dan nog houvast? Als je gewend bent om houvast te zoeken in de tastbare wereld dan kan dit een flinke sprong zijn. Bovendien lossen niet alleen pijnlijke identificaties op, maar ook de identificaties waaraan je een positieve waarde of zelfbeeld ontleende.

De shift van doen naar zijn

Wat regelmatig gebeurt is dat juist door ervaringen met je ware zelf, er een diep verlangen ontstaat om hier te verblijven. De ruimtelijkheid die je hebt ervaren was zo fijn! En wanneer je je dan weer identificeert met de tastbare wereld van doen, kan dat aanvoelen alsof je uit het paradijs wordt gespuugd. Van vrede en vrijheid naar verkramping en zwaarte. Opeens voelt het weer alsof je van alles moet, van alles kunt verliezen, goed of fout kunt doen, schuld komt weer om de hoek kijken evenals angst. Het is de wereld van een afgescheiden persoonlijkheid. Het kan aanvoelen alsof er een poort is die tussen jou en je ware natuur in lijkt te staan en waar je maar niet doorheen komt. Alsof je twee bent. Dat waarmee je je identificeert en je grenzeloze natuur van zijn.

Dat wat niet komt en gaat

In een precies bij jou passend tempo leer je in deze fase dat je verlichte natuur geen ervaring is die komt en gaat. Wat komt en gaat is de identificatie met een gecreëerd ‘ik’. Het is juist ‘dat’ wat niet komt en gaat, wat vanuit de achtergrond van je ervaring oplicht. Dat waarin het verlangen en het zoeken naar verlichting of bevrijding in verschijnt, maar ook bijvoorbeeld het lezen van deze woorden. En juist door op te merken dat gedachten en gevoelens in je verschijnen zonder je werkelijk te beperken of bepalen, tenzij je met ze identificeert, verruimt je bewustzijn zich.
(Er zijn overeenkomsten tussen deze fase en de de vierde dimensie. Het is de fase waarin je de shift leert maken van doen naar zijn, zoals ik dat in het gelijknamige boek beschrijf.)

De fase van gronden in (grondeloos) zijn

En dan breekt een fase aan waarin je grond in je ware natuur, je zelf. Je doorziet in deze fase voor een groot deel wat je allemaal niet bent en je ego lost verder op. Waarmee ook de ogenschijnlijke poort oplost. Heling kan een aanvang nemen, hoewel dat voor veel mensen ook al vooraf gaat aan zelfrealisatie. Het is ook mogelijk dat heling in deze fase geen of bijna geen rol speelt. Je doorziet dan dat je niet je gedachten, gevoelens en ervaringen bent, zonder dat je hart zich opent voor dat wat je ervaart of voor oud zeer. Of er zowel heling of alleen een de-identificatie plaatsvindt hangt dus af van of je hart zich opent voor wat er is.

De gedachten die in je opkomen over wat zich nu afspeelt worden doorzien als precies wat ze zijn, verhalen, en niet de werkelijkheid zelf. Mijn boek ‘Het ja-gevoel gaat over deze en de voorgaande fase, met een nadruk op het helingsaspect. Het idee van een persoon te zijn lost op in de realisatie van het ontvouwende leven te zijn. De eigen wil lost op in de levensstroom. Je ontdekt dat er nooit werkelijk sprake was van een eigen wil en je versmelt met wat is. Ergens gaandeweg deze fase lost ook ‘de zoeker’ als aparte identiteit op. Je realiseert wat je zocht. Wanneer opnieuw een zoekbeweging ontstaat die je onttrekt uit de is-heid van dit moment, wordt dit vrij snel doorzien als oud patroon. Dat betekent niet dat er geen ontwikkeling meer plaatsvindt of dat er geen nieuwsgierigheid meer is.

Angst om het vormloze zelf los te laten

Wanneer je gewend bent geraakt aan het verblijven in en als de vormloze dimensie van zijn, kan het spannend en zelfs beangstigend zijn om de identificatie met dit perspectief los te laten. Je hebt nu ervaren hoe fijn, ruim en weids je wezenlijk bent. En je herinnert je nog heel goed hoe de afgescheidenheid voelde van het opgaan met je aandacht in, en het identificeren met, de tastbare wereld. De loden last van de persoonlijkheid, de krapte en het benauwde ervan. Dat wil je natuurlijk niet meer! Waardoor het verleidelijk kan zijn om hier te verblijven, vooral wanneer het helingsaspect in deze fase niet is meegenomen. Hoe meer oud zeer onderdrukt wordt, hoe groter de angst kan zijn om hierdoor overspoelt te raken door contact met de tastbare wereld.

Bewustzijn en wat erin of er als verschijnt

In deze fase is er nog steeds een subtiele maar fundamentele dualiteit ervaarbaar. Namelijk die van jouw vormloze zelf versus de tastbare wereld die daarin verschijnt. Alsof dat twee verschillende domeinen zijn. Het in deze fase verblijven in je non duale natuur vraagt een subtiele ego energie. Een verlicht of non duaal ego. Een ‘ik’ die in de weidse vrede van zijn wil verblijven. Een ‘ik’ die wellicht bang is om weer zoals vanouds opgezogen te raken in de tastbare wereld, wanneer de vormloze dimensie losgelaten wordt. Toch is ook het loslaten van het vormloze perspectief de richting die de levensstroom van nature volgt. Het volgt de richting naar heling en een volledig samenvallen met wat is.
(Er zijn overeenkomsten tussen deze fase en de vijfde dimensie.)

De fase van heling

Zodra losgelaten wordt, lost de ‘ik’ (het ego) die vast wilde houden wederom nog meer op. Er breekt een fase aan waarin er geen of nauwelijks meer ‘ik’ is die heen en weer kan gaan. Die in het ene, of het andere domein verblijft. Het leven ís eenvoudigweg en wat gebeurt, gebeurt. Ofwel Gods wil geschiede. Steeds meer wordt ervaren dat alles God (het onbenoembare) is. Er vindt in deze fase een samensmelten van de (ogenschijnlijke) grond-dualiteit plaats en een oplichten van eenheid.

Deze fase kan in het begin, net als bij de aanvang van eerdere fasen, desoriënterend zijn. Kon je daarvoor ‘kiezen’ om in het vormloze veld van zijn te verblijven … nu valt alles samen tot een ongrijpbaar … geheel. De illusie van grip hebben en kunnen sturen als identiteit lost nog meer op. Wat opnieuw als een vrije val kan voelen. Uiteindelijk keert het kunnen bewegen van je aandacht langs de ladder van bewustzijn weer terug. Echter vanuit zijn. Het vindt gewoon plaats en er zit geen ego kracht meer achter. Beide dimensies, vorm en vormloos, zijn naadloos één.

Als het stil wordt

Zowel in deze als in de voorgaande fase kan er een periode zijn dat alles wat stil lijkt te vallen wanneer de ego-motivatie achter je handelen wegvalt. Hobby’s kunnen veranderen maar ook andere bezigheden zoals werk. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je vol overtuiging leidinggevende wilde worden en dat de motivatie daarvoor in deze fase gewoonweg wegvalt. Ook dat kan desoriënterend zijn, evenals dat het oude angsten kan losmaken.

Zo wilde ik tot ongeveer negen jaar geleden niets liever dan therapeut zijn. Vanaf mijn tweeëntwintigste volgde ik vol passie en gedrevenheid de ene na de andere therapeutische opleiding of training en in deze fase viel dat helemaal weg. Ik wilde alleen nog maar in vrede en vrijheid zijn. De levensstroom liep in de jaren erna steeds meer naar verstilling en ruim zeven jaar geleden braken jaren van retraite tijd aan. Uiteindelijk stroomt de levensstroom naar nieuwe uitdrukkingsvormen, gebruik makend van je talenten en capaciteiten. Maar in de tussenliggende periode kan het een uitdaging zijn om op het proces te vertrouwen. Weet dat het leven rekening houdt met jouw situatie en dat het altijd passend is.

Heling

In deze fase vindt verdere heling plaats of neemt een aanvang wanneer dat nog niet eerder plaatsvond. Heling als in een samensmelten van de ogenschijnlijke dualiteit en gescheidenheid. Niet alleen van nog resterende afgescheiden delen in jezelf zoals oude wonden. Maar ook een verdiepend versmelten van vorm en vormloos, tijd en tijdloos, doen en zijn. Om te worden belichaamd. Je hart speelt hierin een grote rol. De realisatie van naadloos heel zijn vindt niet zozeer plaats op het niveau van de geest, als wel op het niveau van het hart.

In deze fase vindt er vaak ook nog een verdieping en verruiming plaats van de voorgaande fasen. Wanneer in deze fase opnieuw een vernauwing plaatsvindt in de persoonlijkheid voelt dat instant zo nauw dat er al snel overgave plaatsvindt, waardoor het kleine ik kopje onder gaat in het grenzeloze zijn. Er is wat er is en de verhalen erover worden doorzien, waardoor er geen extra dimensie van lijden aan wordt toegevoegd.
(Er zijn overeenkomsten tussen deze fase en de zesde dimensie.)

Volledig en dan? Voorbij het zelf

Je ervaring is in de fase die ik hiervoor beschreef zo volledig dat het gewoonweg is wat er is. Immers, vollediger dan volledig kan het leven niet zijn toch? Of wel? Qua zelfrealisatie is dat mijn ervaring. Niet qua menselijke ontwikkeling en heling! Of het verdiepen van de belichaming ervan, en het doorzien van overgebleven stukken ego-afscheiding! Maar de volledigheid, wel die is volledig. Er is niets te bereiken en dit is wat het is. Dus was ik totaal verrast toen een vriendin me vanuit haar ervaring vertelde dat er ook in deze fasen een subtiele afscheiding is. En dat ook hierop een nieuwe fase volgt. (Wat eigenlijk wel logisch is.) Iets in mij herkende het onmiddellijk als waar. Ik voel de stroom erheen gaan en ervaar er glimpen van. Me aanwijzingen gevend. Dat was al gaande, alleen was ik me dat niet bewust.

Kaal?

De vriendin noemt het de fase van ‘no self’. Het voelt aan als ‘de kale’ werkelijkheid. Dat ik het zo benoem zegt veel over de weerstand die ik er nog voor voel. Ik heb geen haast om de fase van ‘no self’ te leren kennen, wat er nu is dat is eerlijk gezegd best fijn. Er valt bovendien nog genoeg te helen en belichamen. Ik besef me dat ik daarmee nog hecht aan het fijne van eenheid en heel-zijn. Aan de voelbare liefde en verbinding. Toch heeft de opmerking van de vriendin iets in me geopend en in gang gezet en vertrouw ik in het proces.

Er is niet werkelijk iets ontstaan

Na de zomervakantie vroeg ik tijdens een gesprek met God hoe het kan dat er iets uit niets kan ontstaan. Ik had toen geen besef dat ik met deze vraag een nieuwe ‘fase’ inluidde. Het antwoord kwam in een voelen, tezamen met de woorden: ‘Er is niet werkelijk iets ontstaan.’ Het was niet helemaal zoals ons vormloze en grondeloze zelf ‘voelt’, waar ik over beschrijf bij de fase van gronden in ons grondeloos zijn. Het is ook niet helemaal de ervaring van eenheid wat ik beschrijf bij de fase over helen. Wat het wel is daar kan ik nog weinig over zeggen. En dat is ook wat ik meekreeg, het belang van het niet proberen te begrijpen. Iets wat overigens voor iedere fase geldt.

Zelfreflectie

Zelfreflectie, die prachtige en unieke mogelijkheid die we als mensen hebben om op onszelf te reflecteren. Het stelt ons in staat om twee tot ontelbaar te maken van wat in werkelijkheid een en ongescheiden is. En het is dankzij zelfreflectie dat bewustzijn zich bewust kan worden van zichzelf in de menselijke ervaring.

Omdat de gedachten en verhalen nu doorzien worden als precies wat ze zijn, wordt het stiller in ons. Als er nog wel gedachten/verhalen langskomen worden ze zo snel doorzien dat ze weer doorstromen en oplossen. En als een verhaal wel blijft hangen geeft dat acuut zoveel spanning dat je weet dat je op dat moment iets gelooft wat in strijd is met de werkelijkheid. Zodat je het kunt onderzoeken en doorzien. Mijn vermoeden is dat in deze fase van ‘no self’ de hele functie van zelfreflectie oplost in zichzelf. Wat niet betekent dat iemand niet meer naar zijn gedrag kijkt, bijstelt indien nodig en dergelijke. Maar wie zou op zichzelf moeten reflecteren?

Mocht je nou meer willen weten over deze en de voorgaande fasen, dan kan ik je het boek ‘Het einde van je wereld’ van Adyashanti van harte aanraden. Ik las het boek na mijn eerste verlichtingservaringen en het heeft mij destijds heel veel bemoediging gegeven. Hij beschrijft deze fase waar ik nog weinig over kan beschrijven als een fase waarin de realisatie van naadloos heel-zijn niet zozeer plaatsvind op het niveau van de geest of het hart, maar op het niveau van de instincten en onderbuik.
(Er zijn overeenkomsten tussen de fase van ‘no self’ en de zevende dimensie.)

Liefs,

Linda